Het Laatste Continent
Facebook Twitter E-mail Zoeken
Inhoud

 

Geschiedenis - Expedities

De Antarctic-expeditie van Otto Nordenskjöld

 

De plannen van de Zweedse geoloog Otto Nordenskjöld zijn eenvoudig: hij zal met vijf anderen afgezet worden op Snow Hill Island om er de winter door te brengen. Zijn schip, de Antarctic, zal hen dan een jaar later terug komen oppikken. Het zou echter anders lopen…

Op 11 januari 1902 komt de Antarctic op de South Shetland Islands aan. Na een tijdje op de eilanden te hebben doorgebracht, vaart de expeditie verder naar het zuiden. Op 9 februari worden Nordenskjöld, vijf andere expeditieleden en een meute sledehonden afgezet op Snow Hill Island, ten zuidwesten van Seymour Island. De Antarctic zet koers naar de Falkland Islands.

De overwintering kent weinig problemen. Er wordt wetenschappelijk onderzoek gedaan. Nordenskjöld, Sobral en Jonassen maken een tocht naar het oostelijke gedeelte van Oscar II Land, waar nog niemand een voet heeft gezet. In december brengen ze een bezoek aan Seymour Island, waar ze enkele fossielen vinden.

In januari en februari wachten de expeditieleden vol ongeduld op de Antarctic die hen terug zou komen oppikken. Maar het schip komt maar niet opdagen. Alle hoop vervliegt wanneer op 18 februari 1903 de zee helemaal dichtvriest. De zes mannen moeten opnieuw de winter in Antarctica doorbrengen.

 

De overwinteraars op Snow Hill Island

De overwinteraars op Snow Hill Island (van links naar rechts en van boven naar onder):
Jonassen, Ekelöf, Åkerlund, Bodman, Nordenskjöld en Sobral

 

Op 12 oktober 1903 ziet Jonassen in de verte drie pinguïns. Hij pakt zijn verrekijker en ontdekt dat het geen pinguïns zijn, maar mensen! Het zijn Gunnar Andersson, Duse en Grunden, die de overwinteraars met de Antarctic moesten komen oppikken. Alleen heeft de Antarctic onderweg een ongelukje gehad.

 

Zinkend schip

De Antarctic is op 5 november 1902 vanuit de Falkland Islands vertrokken om Nordenskjöld en co te gaan halen. Maar in de buurt van Hope Bay raakt het schip vast in het pakijs. De kapitein van het schip, Carl Larsen, geeft op 29 december Andersson, Duse en Grunden de opdracht met een slede de overwinteraars te gaan zoeken. Terwijl de drie onderweg zijn, raakt de Antarctic los uit het pakijs. Maar het ijs heeft het schip erg beschadigd. Er is een groot gat dat niet gedicht kan worden. Larsen en de rest van de bemanning verlaten het schip, dat op 12 februari 1903 de dieperik ingaat. Tussen de ijsschotsen doorlaverend bereiken de schipbreukelingen in een reddingsboot na veertien dagen Paulet Island.

 

De Antarctic gaat kopje onder

De Antarctic gaat kopje onder

 

Terug naar Andersson, Duse en Grunden. Tijdens hun tocht, die bemoeilijkt wordt doordat ze de streek niet goed kennen, zien ze vanop een berg op Vega Island dat de zee niet bevroren is. Dan zal de Antartic wellicht zonder problemen Snow Hill hebben bereikt, redeneren ze, en het drietal maakt rechtsomkeert, terug naar Hope Bay. Daar zal de het schip hen wel komen oppikken.

De situatie is dus de volgende: de overwinteraars wachten op de Antarctic, Andersson, Duse en Grunden doen hetzelfde, maar het schip ligt op de zeebodem en de bemanning probeert op Paulet Island te overleven.

Andersson, Duse en Grunden zien na een tijdje in dat er iets mis is gelopen met de Antarctic. Ze overwinteren in Hope Bay en in de lente gaan ze opnieuw op zoek naar Nordenskjöld. Op 12 oktober 1903 vinden ze hun leider in de buurt van Vega Island terug.

De schipbreukelingen proberen op Paulet Island de zuidpoolwinter te overleven. Eén man slaagt daar niet in. Ole Wennersgaard sterft op 7 juni 1902. Wanneer het lente wordt, is er genoeg open water om met een reddingssloep naar Hope Bay te varen. Wanneer ze op 4 november in Hope Bay aankomen, is er tot hun grote verbazing geen levende ziel te bespeuren. Uiteindelijk wordt iedereen gered door een Argentijnse reddingsexpeditie. Het schip, de Uruguay, pikt een voor een de expedieleden van Nordenskjöld op.

 

Volgende pagina |
Terug naar overzicht expedities |

 

Naar boven