De naoorlogse
avonturiers
De geografische zuidpool was ontdekt. Wetenschappers ontsloten
de rest van het antarctisch continent. Maar het tijdperk
van de avonturiers was nog niet over. Antarctica bleef het
onweerstaanbare aantrekkingskracht op hen uitoefenen. Een
overzicht van de belangrijkste expedities:
Ernest
Shackleton was in 1914 van plan om het ganse continent over
te steken. Wegens omstandigheden
lukte dit niet. Het zou tot 1958 duren vooraleer daar iemand
in zou slagen: Vivian Fuchs. Op zijn initiatief
organiseerden Groot-Brittannië, Nieuw-Zeeland, Australië
en Zuid-Afrika ter gelegenheid van het Internationaal Geofysisch
Jaar de Commonwealth Trans-Antarctic Expedition.
De expeditie had ook een wetenschappelijk doel: de dikte
van de ijskap en de aard van het rotsoppervlakte eronder
onderzoeken.
Vivian Fuchs vertrok met zijn team vanaf de Weddellzee.
Hij maakte gebruik van motorvoertuigen en werd vanuit de
lucht bevoorraad. Ondertussen maakte een tweede team, onder
leiding van de Nieuw-Zeelander Edmund Hillary,
de trip in omgekeerde volgorde. Hillary vertrok vanuit de
Rosszee en moest tot aan de geografische zuidpool voedsel-
en brandstofdepots uitzetten. Op 3 januari 1958 bereikte
hij de zuidpool. Daar moest hij nog zestien dagen wachten
op Fuchs. Op 1 maart 1958 ging Vivian Fuchs de geschiedenis
in als de man die als eerste het continent volledig had
overgestoken. In 99 dagen had hij 3472 kilometer afgelegd.
De tweede volledige oversteek van het antarctische continent
gebeurde in 1981. Deze keer kregen de avonturiers geen hulp
van buitenaf. Met sneeuwscooters overbrugden Ranulph
Fiennes, Charles Burton en Oliver
Shepard in 67 dagen de afstand tussen de Zuid-Afrikaanse
Sanae-basis en de Scott-basis aan de Rosszee.
De avonturiers namen steeds meer risico's. De Franse arts
Jean-Louis Etienne maakte in 1989-1990
de langste reis ooit op Antarctica. Samen met de Amerikaan
Will Steger, de Brit Geoff Somers,
de Rus Victor Boyarsky, de Chinese glacioloog
Qin Dahe en de Japanse hondenopziener Keizo
Funatstu. Inderdaad, een hondenopziener, want het
zestal maakte geen gebruik van gemotoriseerde voertuigen,
maar reisde volgens de goede oude pooltraditie met hond
en slee. Ze kregen wel bevoorrading uit de lucht.
Met deze reis wilde Etienne de wereld bewust maken van
de milieuproblemen op Antarctica. De 6400 kilometer lange
tocht (van het Larsen-ijsplateau, via de geografische zuidpool
en de Vostok-basis, naar het Russische Mirny-station) duurde
213 dagen.
In
dezelfde periode staken de Zuid-Tiroler Reinhold
Messner en de Duitser Arved Fuchs
het continent over (van het Ronne-ijsplateau tot de Rosszee).
Zij waren de eersten die de oversteek te voet (beter gezegd
per ski) aflegden. Het duo maakte hierbij gebruik van zeilen
en legde de 2400 kilometer in 92 dagen af.
In 1992 vertrokken de Britten Ranulph Fiennes
en Michael Stroud vanop het Filchner-ijsplateau
om het continent te voet en zonder enige bevoorrading van
buitenaf over te steken. Na 95 dagen en 2380 kilometer waren
ze de eersten die de Antarctische landmassa zonder ondersteuning
overstaken. Het was de bedoeling om ook nog de Ross Ice
Shelf over te steken, maar totaal uitgeput moesten ze hun
avontuur beëindigen. Op 12 februari 1993 pikte een
vliegtuig hen op.
De Noor Erlin Kagge werd in januari 1993
de eerste die alleen, op skilatten en volledig onafhankelijk
de geografische zuidpool bereikte. Bovendien deed hij dat
in een recordtijd: voor de 1400 kilometer had hij precies
vijftig dagen nodig.
Een andere Noor, Børge Ousland
probeerde in 1995 in zijn eentje te voet en zonder bevoorrading
het continent (van Berkner Island tot de Rosszee) over te
steken. Door bevriezingen mislukte zijn poging. Een jaar
later lukte het dan toch. Op 64 dagen tijd legde hij 2845
kilometer af, een prestatie die niet snel zal verbeterd
worden.
Op 4 november 1997 verlieten de Belgen Alain Hubert
en Dixie Dansercoer de voormalige Koning
Boudewijnbasis om de langste niet-ondersteunde oversteek
van Antarctica op hun naam te schrijven. Nauwelijks 29 dagen
onderweg begaf een van de twee sledes het, waardoor ze toch
bevoorraad moesten worden. Op 10 februari 1998 bereikten
de twee Belgen de Amerikaanse wetenschappelijke basis McMurdo.
Met behulp van zeilen hadden ze in 99 dagen 3924 kilometer
afgelegd. Met deze prestatie herdachten ze de honderste
verjaardag van de Belgica-expeditie
van Adrien de Gerlache.
De Nederlanders Marc Cornelissen en Wilco
van Rooijen bereikten op 28 december 2000 de geografische
zuidpool. 18 dagen later, op 16 januari 2001, stonden ze
al terug in Patriot Hills. In 70 dagen legden ze te voet
en zonder bevoorrading 2300 kilometer af.
Terug naar overzicht expedities |

|