Antarctische
pelsrob (Arctocephalus gazella)
De Antarctische pelsrob is een oorrob. In tegenstelling
tot andere robben kunnen ze zich zeer snel voortbewegen
op het ijs. Dat hebben ze te danken aan hun sterk ontwikkelde
achterste ledematen waarop ze steunen om vooruit te komen.
Het mannetje is gemiddeld 2 meter lang en tussen de 125
en 200 kilogram zwaar. De vrouwtjes zijn kleiner. Pelsrobben
eten krill, vis en pijlinktvis.

Antarctische pelsrob
op Deception Island
(foto: Het Laatste Continent / Jeroen François)
Pelsrobben komen voornamelijk voor op de subantarctische
eilanden. Zich voortplanten doen ze bij voorkeur op de zandstranden
van South Georgia. In november komen de jongen ter wereld.
Hun moeder blijft acht dagen bij ze en zoogt ze om de zes
uur. Na acht dagen paren de vrouwtjes met de mannetjes en
gaan vervolgens naar zee om te eten en nieuwe melk aan te
maken. Vervolgens zogen ze de jongen voor nog eens drie
dagen en gaan opnieuw naar zee. Dit herhaalt zich gedurende
een periode van 115 dagen.
De mannetjes houden zich ondertussen ledig met het verdedigen
van hun territorium. Ze bedreigen andere mannetjes met een
hoog gejank. Soms kan het er hard aan toe gaan. Vechtende
mannetjes slaan naar elkaar met hun scherpe slagtanden.
Einde april gaan de pelsrobben terug naar zee tot het terug
tijd is om zich voort te planten.
Inleiding |
Krabbeneter | Rosszeehond
Weddellzeehond | Zeeluipaard
| Zeeolifant

|