banner
Inhoud
Dierenwereld - Pinguïns

Van de 17 pinguïnsoorten komen er zeven in de Antarctische regio voor. Toen de eerste poolreizigers deze merkwaardige dieren zagen, dachten ze dat het een vissoort was. Maar al snel bemerkten ze dat ze veren hadden en eieren legden. Het waren dus niet-vliegende vogels. De naam pinguïn komt van hun laag onderhuids vet, pinguigo genaamd. Vroeger werden de dieren om dit vet gedood.

Pinguïns zijn goed uitgerust om te overleven in de extreme Antarctische weersomstandigheden. Ze hebben een verenkleed dat geen water doorlaat. Onder de veren is er een laagje lucht dat voor optimale isolatie zorgt. Aan de basis van de veren bevindt zich een laagje dons. Ten slotte bezitten pinguïns onderhuids een dikke laag vet dat ook als reserve-voedsel dient.

 

Adéliepinguïns komen opnieuw aan land - foto: Het Laatste Continent / Jeroen François

 

Pinguïns zijn uitstekende zwemmers. Dit moet wel want het voedsel halen ze uit het water. Hun vleugels zijn geëvolueerd tot smalle peddels waarmee ze zich voortbewegen in het water. Hun grootste vijanden zijn zeeluipaarden, zeeleeuwen, orka's en roofvogels, die het vooral voorzien hebben op eieren en kuikens. Het grootste gevaar is natuurlijk de mens, maar gelukkig lopen er op Antarctica niet al te veel exemplaren van deze diersoort rond.

Dit zijn de zeven pinguïnsoorten die je in Antarctica kan aantreffen. Klik op de naam om er meer over te lezen.

 

Adéliepinguïn

Ezelspinguïn

Keizerspinguïn

Kinbandpinguïn

Koningspinguïn

Macaronipinguïn

Rotsspringer

 

Meer (Nederlandstalige) informatie over pinguïns vind je op Hedwig's Pinguïn Home.

 

Naar boven

 


Valid XHTML 1.0! Valid CSS!